1934 – Pinksterreis naar Londen met de Haagsche Courant

Tijdens Pinksteren 1934 maakte mijn vader met zijn ouders een “lezersreis” van de Haagsche Courant naar Londen.

Zaterdag 19 Mei om 20.36 vertrok de trein uit den Haag met twee extra wagons, speciaal gereserveerd voor het gezelschap van de “Haagsche Courant”. In Schiedam moesten we overstappen in een bocmeltreintje, dat na ettelijke keeren gestopt te hebben, om 21.25 in Hoek van Holland aankwam. Douane was er niet, zoodat we direct aan boord konden gaan van de “Prague”, een snel varende boot van de Harwich Line.

Behalve ons gezelschap waren er nog de gewone passagiers, zoodat het wel wat vol was langs de railing. Maar in de salons was plaats genoeg en nadat we onze bagage in de hut hadden geborgen, zijn we daar een kopje koffie gaan drinken. Ik had hut no. 56, naast die van Moes en Pa, en couchet A. d.w.z. het onerste van de twee bedden. Mijn slaapgenoot had ik nog niet gezien. Pas later heb ik kennis met hem gemaakt, toen hij in een hel blauw ondergoed, hoog en droog in zijn bovenste couchet gelegen, al een heele tijd op mij had liggen wachten.

Het was een dikke gezellige man, die voor het eerst een zeereis maakte en vol bewondering was over de practische inrichting van onze hut. We hadden binnenhutten en ik dacht dat we het wel erg benauwd zouden hebben, maar dat viel erg mee, omdat het heele schip naar believen met lucht verwarmd of verkoeld kan worden.

Het duurde vrijlang voordat we vertrokken. Voortdurend reden nieuwe treinen aan met nog meer passagiers en post. Het was tenslotte ongeveer 12 uur geworden toen de fluit voor het vertrek klonk. Vanaf het sloependek hebben we naar het vertrek gekeken. Er waren niettegenstaande het late uur nog vrij veel wegbrengers. Toen we de Waterweg uit waren, kon je in de verte de lichten van de Scheveningsche boulevard zien en de geillumineerde koepel van de Pier. Nadat we het lichtschip Maas gepasseerd waren, en alleen de vuurtoren van Scheveningen nog maar zichtbaar was, ben ik naar bed gegaan.

Mijn slaapgenoot lag nog op mij te wachten in zijn bovenste bed. Nadat ik kennis met hem had gemaakt, ben ik gauw onder de deken gekropen. Om half vijf kwam de engelsche kust al in zicht. Mooi ging de zon op en het beloofde een prachtige dag te worden. We voeren vlak langs de kust, langs het 1ichtschip York en lagen spoedig daarna gemeerd in de haven van Harwich. In de verte glommen de Engelsche grasvelden al in het zonlicht. Het is beslist een ander soort gras dan bij ons, de kleur is anders en alles is even mooi kort, net alsof het pas geschoren is.

Het eerst gingen de gewone passagiers van boord. De “Dutch party” moest nog even wachten. Daarna konden ook wij de douane passeeren, wat heel vlot ging, daar men alleen maar informeerde of we sigaren of alcohol hadden. Op het perron stond een extra trein gereed, bestaande uit uitsluitend restauratiewagens. Elke groep had zijn eigen wagon, zoodat iedereen een mooi plaatsje kreeg.

Om 7.15 vertrok de trein van Harwich (Parkeston Quay) en meteen begonnen de kellners aan het serveeren van een uitstekend en uitgebreid Engelsch ontbijt. Al genietende van het mooie uitzicht hebben we gegeten tot 8.50, de aankomst in Londen, Liverpoolstreet Station. Het was een prachtig landschap waar we langs reden, vo afwisseling.

In Londen aangekomen moesten we eerst onze bagage naar een speciale bus brengen, die alles direct naar het hotel zou vervoeren. In de trein hadden we de nummers van onze kamers opgekregen, die we op de labels van de koffers moesten noteeren, zoodat toen we na een rit door de stad in het hotel aankwamen, alle bagage al netjes in onze kamers stond.

Imperial Hotel London

Pa en Moes hadden no. 581 en ik no.469. Nadat voor de bagage gezorgd was, konden we de bussen opzoeken, waarmee we de rondtoer door de stad zouden maken. Het was heerlijk weer, zoodat we met open kap konden rijden. Ons eerste rustpunt was bij het Parlementsgebouw. De Big Ben zat heelemaal in de stijgers, de laatstetijd hoorde je hem trouwens niet meer door de radio.

Toen we hier in de buurt alles bekeken hadden, werd de rit voortgezet naar het Buckingham Palace, waar de wacht voorbij zou trekken. Het was al stampvol om het Victoria standbeeld dat voor het paleis staat, want behalve onze groep, was er nog een Fransch gezelschap en dan waren er nog de noodige Engelschen. Dit standbeeld is con geschenk van alle Engelsche DoBintans, een prachtig monument. We behoefden niet lang te wachten. want al heel gauw nadat we een plaatsje hadden geromen op de treden van het Victoriamonument, kwamen de soldaten voorbij gemarcheerd in hun typische en kleurrijke uniformen.

Voorop ging een troep van de Horse Guards en daarachter volgde de muziek. Het was een wonderlijk schouwspel, net als uit een operette. Het waren allemaal groote kerels en met hun berenmutsen op leken het wel reuzen. Ook marcheerde er een troep Schotten mee. Als speelgoedsoldaten met een lange soepele pas, liepen ze langs hot paleis, om het standbeeld heen, naar het St. James Palace, waar de wacht afgelost moest worden.

Toen we dit gezien hadden, werd de tocht weer voortgezet. We reden langs straten en gebouwen die een bekende klank hebben. Zoo b.v. Regent Street, Hyde Park met de Rotten Row en de Serpentine, Hyde Park Corner, de Marble Arch en de Cenotaph waar het graf is van de Onbekende Soldant, bekende hotels waar de bands van de radio spelen, zooals Mayfair Hotel, Savoy Hotel, Ritz, bekende warenhuizen als Sellfridge, verder Piccadilly, Piccadilly Circus, Strand, Fleet Street, Oxford Street, enz.

Ik heb alle groote banken gezien, de z.g. Big Five, die ik indertijd zoo netjes uit m’n hoofd heb geleerd, enz., enz. Tegen 12 uur waren we bij ons hotel, het Imperial Hotel aan de Russell Square in Bloomsburry, in het centrum van de stad. Ik had een ruime éénpersoonskamer.

Nadat we ons wat opgefrischt hadden, kwamen we weer bijeen in de groote eetzaal voor de lunch. Direct na het eten gingen we weer op stap, nu naar Richmond, een eind buiten Londen. Na een aardige rit door verscheidene dorpjes met typische Engelsche bungalows, bereikten we Richmond. Hier moesten we een eindje loopen naar de aanlegplaats van de booten die ons naar Hampton Court zouden brengen.

Daarna volgde een aardige vaart langs de Theems. De rivier was vol booten, punts, motor- en zeiljachten, woonschuiten, een eenig gezicht. Langs de oevers buitenhuisjes en groote villa’s met prachtige tuinen. Overal langs de oevers zeg je wandelaars, of men zat in dekstoelen, lekker in het zonnetje bruin te branden. We passeerden nog een sluis, Teddington Lock, en na een vaart van ruim 1 uur kwamen we in Hampton Court aan.

In de prachtig aangelegde tuinen van het kasteel werd ons een tea aangeboden. Gezeten op een mooi grasveld, onder hooge boomen, hebben we genoten van een echte Engelsche tea, waarbij van alles extra geserveerd wordt, zoodat het een volledige maaltijd leek.

Daarna zijn we het oude paleis gaan bekijken. Hier heeft o.a. Hendrik VIII gewoond met Anna Boleyn. Elke nieuwe vorst heeft er een stukje bij laten bouwen en zoo langzamerhand is Hampton Court uitgegroeid tot een van de grootste paleizen van Engeland. Typisch zijn de eigenaardig gevormde schoorsteenen. In Engeland zie je veel meer schoorsteenen dan op het vasteland, omdat ze er nog veel open haarden hebben. Nadat we nog een wandeling hebben gemaakt door het park dat door Willem III is aangelegd naar een copie van de tuinen van Versailles, werden de bussen weer opgezocht en werd de terugtocht naar Londen weer aanvaard.

De omstreken van Londen zijn schitterend. Menig plekje deed me denken aan een plaatje van de Lavendelzeep van Yardley.

Op het Victoria Embankment gaf onze bus het plotseling op. Gelukkig waren we al dicht bij huis, zoodat een van de andere auto’s ons gauw weer kon oppikken. In afwachting van een andere bus hebben we in een park geluisterd naar een concert dat gegeven werd door een militaire kapel. Met dat al waren wij het laatste thuis, zoodat we ons moesten haasten om op tijd klaar te zijn voor het feestdiner. Na een maaltijd die ongeveer 2 uur geduurd heeft, konden we beginnen aan het bal, dat ter onzer eere werd gegeven.

Om half één werd het God save the King gespeeld, dat door allen staande werd aangehoord, en toen was de dag waarop wij zoo ontzettend veel indrukken te verwerken hebben gekregen, eindelijk voorbij.

Meer informatie over deze panoramafoto op deze pagina.

De volgende morgen na het ontbijt, werd eerst het heele gezelschap gekiekt in een park voor het hotel. Daarna werd de rondrit door de stad voortgezet. Via Londen Bridge, de haven van Londen, en de Tower Bridge, reden we naar do Tower. Somber en machtig staat het grijze gevaarte waaraan zooveel bloedige herinneringen verbonden zijn aan de oever van de Theems. Door Willem de Veroveraar opgericht in 1078 heeft het zich in de loop der eeuwen weten te handhaven en staat nu nog steeds volkomen gaaf als een waardig moniment uit de oude tijden.

Voor de verschillende toegangspoorten staan soldaten van de Royal Guards op wacht en een van de meest interessante bezienswaardigheden is wel het wisselen van die wacht. Met die oude, verweerde muren als decor, wordt dat tot een fantastisch schouwspel. Ruim een uur duurt het voordat aan alle ceremonien was voldaan. Met een zeldzame gelijkheid van bewegingen, als mechanische poppen, werden alle commando’s uitgevoerd, onder de tonen van doedelzekmuziek van de Schotsche Hooglanders.

Een andere bezienswaardigheid vormen de Kroonjuweelen, die streng bewaakt worden door speciale wachters in typische middeleeuwsche kleedij. Engeland is wel het land van de tradities.

Via de Albert Hall en het Albert Memorial reden we vervolgens naar de St. Paul’s, die we heelemaal bezichtigd hebben.

Intusschen was het weer etenstijd geworden. Na de lunch werden eerst de koffers gepakt en toen reden we Londen weer uit voor een toer naar het Windsor Castle. Ook dit werd een prachtige rit. Mooi ligt het kasteel, als een groote burcht boven op een heuvel. Onderweg passeerden we o.a. de bekende renbaan van Ascot.

Toen we weer in de stad terug waren, was de drukte op straat aanmerkelijk toegenomen. De vorige dag kon je goed merken dat het Zondag was en dat heel Londen met de mooie Pinksterdagen de stad uit was. Maar nu kreeg Londen zijn normale aanblik weer terug. Het was weer een gekrioel van de talrijke twee-verdieping hooge autobussen (537 lijnen) door het andere verkeer heen.

Trams zie je niet meer in de stad, behalve heelemaal in de buitenwijken. Midden in de stad werden we afgezet en toen zijn we te voet door de groote menschenmenigte heen naar Lyon’s restaurant gewandeld, waar ons als extra verrassing door de Directie van de Haagsche Courant een tea werd aangeboden. Overal in de stad zie je de Lyons-lunchrooms, maar dit was het hoofdgebouw, mooi gelegen aan de drukke Strand. Gelijkvloersch is een warenhuis, uitsluitend voor eetwaren en dergelijke huishoudelijke artikelen. Behalve op de vijf verdiepingen, vind je in het sous-terrain nog een tweetal groote zalen, die op deze drukke middag ook geheel gevuld waren.

Voor ons gezelschap was de vierde verdieping gereserveerd. We werden ontvangen met het Wilhelmus en het Neerlandsch Bloed. Na de tea zijn we per Underground naar het hotel teruggekeerd. Het station aan de Strand is een van de grootste en modernst ingerichte. Breede roltrappen brengen je snel naar de gewenschte verdieping. Op de eerste etage vindt men een volledige winkelgalerij. De treinen zijn keurig en comfortabel ingericht. Je zit er fijn op zachte fauteuilbanken.

Bij Russell Square zijn we uitgestapt. Een lift voerde ons snel omhoog en vlak in de buurt van het hotel stapten we weer de straat op. Onze bagage die reeds beneden was gebracht, kon nu opgeladen worden. Voor de laatste maal ging het nu door Londen, terug naar het Liverpool street station. Aan het einde van de weekend was het er enorm druk.

Onze extra trein stond al klaar, ieder kreeg weer een plaatsje in de restauratiewagen en al etende reden we terug naar Harwich, waar de “Amsterdam” reeds aan de kade lag. Daar de hutindeeling precies dezelfde was als op de “Prague”, had iedereen gauw zijn oude plaats teruggevonden. In een van de salons hing de foto die ’s morgens van ons gemaakt was.

Een kwartier na aankomst van de trein vertrok de boot en het duurde niet lang of we schommelden er lustig op los, zeer ten ongerieve van vele passagiers, die direct aan Neptunis moesten offeren. Moes heeft zich echter kranig gehouden en bleef zoo frisch als een hoentje. Op de deining na was het pracht weer. Daar we wind mee hadden, was het op dek best uit te houden. Het was dan ook al half twee in de nacht voordat ik mijn hut opzocht. Om half vijf was ik echter weer boven, waar ik mooi de zon op heb zien komen gaan. Het was prachtig, helder weer, maar vlak bij de Hollandsche kust raakten we in een dichte mist. Van de pieren van de Waterweg was niets te zien.

Tegelijk met ons liep een groot passagiersschip van de Holland-Amerikalijn binnen, dat met regelmatige stooten op de sirene zijn weg naar Rotterdam door de mist vervolgde. De “Amsterdam” legde aan in Hoek van Holland.

Nadat we aan boord ontbeten hadden, ging het via de douane naar de trein, die ons weer naar den Haag terug bracht. De Pinksterdagen hadden we op een buitengewoon aangename wijze doorgebracht, veel hadden we gezien en daarbij het geluk gehad prachtig weer te treffen.